ECLI:NL:CRVB:2011:BU4461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand en een nabestaandenuitkering, waarbij het College van burgemeester en wethouders van Groningen de bijstand van appellante over de periode van 10 juni 1999 tot en met 30 juni 2008 heeft herzien en teruggevorderd vanwege het niet melden van een gezamenlijke huishouding met appellant.
Appellanten voerden aan dat een huisbezoek in 2002 had vastgesteld dat geen gezamenlijke huishouding bestond en dat daarom de terugvordering over de periode tot 1 januari 2003 niet gerechtvaardigd was. De Raad oordeelde dat het enkele feit dat in 2002 geen gezamenlijke huishouding werd aangenomen, niet uitsluit dat op grond van nieuw onderzoek teruggekomen mag worden op die conclusie.
De verklaringen van appellanten tijdens verhoren en andere onderzoeksbevindingen, zoals waterverbruik en getuigenverklaringen, boden voldoende grondslag voor het College om te concluderen dat er vanaf 10 juni 1999 sprake was van een gezamenlijke huishouding. De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het voeren van een niet gemelde gezamenlijke huishouding over de periode 10 juni 1999 tot 1 januari 2003.