ECLI:NL:CRVB:2011:BU4824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstand wegens termijnoverschrijding
Appellant ontvangt sinds 1996 bijstand en kreeg bij besluit van 13 juli 2010 te horen dat deze met ingang van 11 juli 2010 wordt ingetrokken. Het College verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode. Appellant voerde aan dat hij door medische omstandigheden in Israël niet zelf bezwaar kon maken en een advocaat in Jeruzalem opdracht gaf het bezwaarschrift tijdig te versturen. Ook zouden derden brieven hebben gestuurd ter ondersteuning.
De Raad stelde vast dat de bezwaarperiode liep van 14 juli tot 24 augustus 2010. Appellant kon niet aannemelijk maken dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend; het College ontving het niet en het bewijs van aangetekende verzending was onvoldoende specifiek. De Raad oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat appellant wel in staat was een gemachtigde in te schakelen en handelingen van die gemachtigde aan hem worden toegerekend.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bezwaar is niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.