ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8737
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijzondere bijstand wegens onvoldoende maatwerk en gebrekkige motivering
Eiser ontving bijzondere bijstand voor de meerkosten van zijn chronische ziekte. Na wijziging van de regelgeving werd de bijstand verlaagd en uiteindelijk ingetrokken vanwege verblijf in het buitenland. Eiser stelde dat het besluit onjuist was en dat hem ten onrechte geen bijstand werd toegekend over bepaalde perioden.
De rechtbank onderscheidde twee perioden: de reeds beoordeelde periode rond de intrekking en de periode zonder besluitvorming. Voor de eerste periode oordeelde de rechtbank dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Voor de tweede periode werd vastgesteld dat geen bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, wat hier niet het geval was.
Ten aanzien van de hoogte van de bijstand oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende maatwerk had toegepast en niet had onderzocht of het forfaitaire bedrag toereikend was voor de individuele situatie van eiser. Hierdoor ontbrak een zorgvuldige voorbereiding en motivering van het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de hoogte van de bijstand betreft en beval een nieuw besluit binnen zes weken.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. Het beroep wegens niet-hoor slaagde niet omdat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om gehoord te worden.
Uitkomst: Het besluit over de hoogte van de bijzondere bijstand wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.