ECLI:NL:CRVB:2011:BU4831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand en had daarnaast inkomsten uit parttime werk. Uit onderzoek bleek dat zij meerdere autokentekens op haar naam had en vanaf 1 juni 2008 een gezamenlijke huishouding voerde met C., zonder dit te melden aan het College. Het College trok daarom haar bijstand in en vorderde terugbetaling.
De rechtbank oordeelde dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van de gezamenlijke huishouding en het niet opgeven van inkomsten uit de overdracht van auto's die op haar naam stonden. Zij achtte echter niet alle maanden waarop de bijstand was ingetrokken terecht.
In hoger beroep bevestigde de Raad de eerdere bevindingen en hechtte grote waarde aan de verklaring van appellante tegenover de sociale recherche. De Raad vond aannemelijk dat appellante medewerking verleende bij de autotransacties en inkomsten had of redelijkerwijs had kunnen verwerven, zonder dit te melden. De intrekking en terugvordering van bijstand werden daarom gegrond verklaard.
De Raad wees de door appellante overgelegde verklaringen van familie en vriendinnen af vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van formele vastlegging. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en handhaafde het besluit van het College.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellante worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.