ECLI:NL:CRVB:2011:BU5096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie hulp bij het huishouden klasse 3 op grond van de Wmo
Appellante ontving hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vanwege lichamelijke beperkingen. Na afloop van haar eerdere indicatieklasse 5 (10-12,9 uur per week) vroeg zij voortzetting aan. Het College van burgemeester en wethouders van Amstelveen stelde haar bij besluit van 4 juni 2010 in klasse 4 (7-9,9 uur) tot 11 juli 2010 en vervolgens in klasse 3 (4-6,9 uur) tot 11 mei 2015.
Appellante maakte bezwaar tegen deze indicatie, met name over de toegewezen uren. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de indicatie klasse 3 terecht was, mede gelet op de feitelijke tijdsbesteding van 6 uur en 30 tot 45 minuten per week aan huishoudelijke taken, inclusief extra schoonmaak vanwege een hulphond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat er een misverstand was over de tijdsbesteding, omdat slechts de uren van één zorgverlener waren opgegeven. De Raad stelde echter vast dat dit betoog onvoldoende was om de indicatie te wijzigen. De normtijden en persoonskenmerken van appellante rechtvaardigen de indicatie klasse 3. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de indicatie voor hulp bij het huishouden klasse 3 wordt bevestigd.