ECLI:NL:CRVB:2011:BU5486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar en kwijtschelding bij terugvordering bijzondere bijstand in de vorm van geldleningen
Appellant kreeg bijzondere bijstand toegekend in de vorm van geldleningen en werd later geconfronteerd met terugvorderingen. Het College stelde dat de brief van 10 juli 2008 geen besluit was en verklaarde het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat appellant niet gehoord was over de termijnoverschrijding, maar handhaafde de terugvordering.
In hoger beroep stelde appellant dat het College ten onrechte geen reactie gaf op zijn verzoek om kwijtschelding en dat hij niet op de hoogte was van de schulden. De Raad oordeelde dat het bezwaar uitsluitend gericht was tegen de brief en niet tegen eerdere besluiten, en dat het College het beleid omtrent terugvordering en kwijtschelding binnen redelijke grenzen hanteert.
De Raad vernietigde het besluit van 26 augustus 2008 voor zover het bezwaar niet uitsluitend tegen de brief was gericht, verklaarde het beroep gegrond, maar bevestigde de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief van 10 juli 2008 is ontvankelijk verklaard, het beleid inzake terugvordering en kwijtschelding bevestigd, en het College veroordeeld in proceskosten.