ECLI:NL:CRVB:2011:BU5529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens voortzetting bestaande arbeidsrelatie bij reorganisatie
De zaak betreft een werknemer die sinds 2003 een WAO-uitkering ontving en werkzaam was als dierverzorger/biotechnicus bij de Faculteit der Medische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Door een reorganisatie per 1 januari 2007 werd hij formeel in dienst genomen bij het Universitair Medisch Centrum Groningen via de rechtspersoon Academisch Ziekenhuis Groningen. De werknemer meldde zich ziek met ingang van die datum.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) weigerde ziekengeld op grond van artikel 29b van de Ziektewet, omdat er geen sprake zou zijn van een nieuwe dienstbetrekking maar van een voortzetting van de bestaande arbeidsrelatie. De rechtbank oordeelde echter dat er wel sprake was van een nieuwe dienstbetrekking bij een nieuwe werkgever en verklaarde het bezwaar gegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de nieuwe aanstelling feitelijk een voortzetting was van het oude dienstverband, gezien de ongewijzigde functie, duur, beloning, arbeidstijd en anciënniteit. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit standpunt en oordeelde dat artikel 29b ZW niet van toepassing is omdat de werknemer niet buiten het arbeidsproces was geraakt en er geen nieuwe dienstbetrekking was begonnen. De aangevallen uitspraak werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van ziekengeld wordt gehandhaafd.