ECLI:NL:CRVB:2011:BU6443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering en beëindiging Ziektewet-uitkering na medische beoordeling
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen twee uitspraken van de rechtbank Amsterdam betreffende de afwijzing van haar WAO-uitkering en de beëindiging van haar Ziektewet-uitkering door het UWV.
De Raad overweegt dat de medische onderbouwing van het bestreden besluit inzake de WAO-uitkering niet langer ter beoordeling staat, gezien een eerdere uitspraak van de rechtbank. De functies die aan de WAO-schattingsgrondslag ten grondslag liggen, worden als geschikt voor appellante beschouwd, mede vanwege de bevestiging door arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen dat deze functies niet longbelastend zijn en geen langdurige blootstelling aan allergenen zoals huisstofmijt veroorzaken.
Ten aanzien van de Ziektewet-uitkering oordeelt de Raad dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen objectieve aanwijzingen zijn voor een toename van de beperkingen van appellante. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat het klachtenpatroon ongewijzigd is gebleven, en de rechtbank heeft dit oordeel bevestigd. De Raad sluit zich hierbij aan en bevestigt dat appellante geschikt is voor (één van) de functies die aan de WAO-schattingsgrondslag ten grondslag liggen.
De Raad wijst de hoger beroepen af en bevestigt de aangevallen uitspraken van de rechtbank. Tevens ziet de Raad geen aanleiding voor een veroordeling van het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering.