ECLI:NL:CRVB:2011:BU6746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet zorgvuldig vastgesteld
Appellant ontving bijstand sinds 2006 en woonde vanaf oktober 2008 op een kamer bij een verhuurder. De gemeente Amsterdam trok de bijstand in per 30 oktober 2008 wegens het vermoeden dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde, wat volgens het College het recht op bijstand als alleenstaande uitsloot.
Appellant betwistte dit en stelde dat de verklaring die hij op 7 september 2009 aflegde bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) onbruikbaar was omdat hij niet werd bijgestaan door een tolk, terwijl hij noch Nederlands noch Engels goed machtig was. Het gesprek was in eenvoudig Engels gevoerd, de verklaring in het Nederlands opgeschreven en door appellant ondertekend zonder onafhankelijke taalhulp.
De Raad oordeelde dat het College onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door geen tolk in te schakelen bij het confrontatiegesprek, waardoor de verklaring niet betrouwbaar is. Er was geen ander bewijs van gezamenlijke huishouding of wederzijdse zorg. Daarom kon het besluit tot intrekking van de bijstand niet in stand blijven en werd het vernietigd. Het oorspronkelijke intrekkingsbesluit werd herroepen vanwege het gebrek aan een deugdelijke grondslag. Het College werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierecht en reiskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het oorspronkelijke besluit herroepen wegens onvoldoende zorgvuldigheid en gebrekkige motivering.