ECLI:NL:CRVB:2011:BU6865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op provisie bij overname loon na faillissement werkgever
Appellante was senior sales consultant bij een werkgever die failliet werd verklaard op 11 november 2008. Na opzegging van haar arbeidsovereenkomst vroeg zij een uitkering aan op grond van Hoofdstuk IV van de WW. Het Uwv kende haar een uitkering toe inclusief provisie over november 2008 tot een bedrag van €336,--. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit omdat zij ook provisie over de periode van 15 november 2008 tot 29 december 2008 wilde ontvangen, terwijl zij in die periode geen arbeid verrichtte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het beloningsbeleid van de werkgever leidend is, waarbij geen provisie wordt toegekend over niet-gewerkte perioden behalve bij ziekte. Appellante stelde in hoger beroep dat de werkgever in de praktijk afweek van het formele beleid door ook tijdens vakantiedagen provisie uit te betalen, onderbouwd met loonstroken van augustus over meerdere jaren.
De Raad stelde vast dat over ziekteperioden het variabele loon werd overgenomen, maar niet over de periode van 15 november tot 29 december 2008. Uit de arbeidsovereenkomst, het beloningsbeleid en de rechtspositieregeling bleek dat provisie alleen werd toegekend over afgesloten verzekeringen en dat er geen recht was op provisie tijdens niet-werkperioden anders dan ziekte. De loonstroken toonden enkel een jaarlijkse uitbetaling in augustus voor vakantiedagen, maar dit was onvoldoende om recht op provisie over niet-werkperioden aan te nemen.
De Raad concludeerde dat appellante haar aanspraak op provisie over de betwiste periode niet aannemelijk had gemaakt, waardoor het Uwv terecht de provisie boven het bedrag van €336,-- niet heeft overgenomen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Vergoeding van schade of wettelijke rente werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanspraak op provisie over niet-werkperioden anders dan ziekte wordt niet toegewezen.