ECLI:NL:CRVB:2011:BU7166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks intensieve therapie en beperkingen
Appellante, voormalig medisch secretaresse, meldde zich in september 2006 ziek met psychische klachten. Het UWV stelde na onderzoek een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op en besloot in september 2008 dat zij geen recht had op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Appellante voerde bezwaar aan met verwijzing naar haar intensieve therapie bij GGZ Buitenamstel en stelde dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen, onder andere op concentratie en arbeidsduur. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische basis van het besluit.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven en voegde nieuwe medische verklaringen toe. De Raad oordeelde dat de verklaringen onvoldoende basis boden voor meer beperkingen op de datum in geschil en dat de toekenning van de uitkering in januari 2009 verband hield met de intensieve therapie. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als deugdelijk beoordeeld.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 3 september 2008 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.