ECLI:NL:CRVB:2011:BU7219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Termijnoverschrijding bezwaar UWV verschoonbaar door onduidelijke rechtsmiddelverwijzing
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin een terugvordering van een WW-uitkering werd vastgesteld. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees een verzoek tot verschoonbaarheid af.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtsmiddelverwijzing in het besluit onduidelijk was door het gebruik van de woorden “tot” en “uiterlijk” in combinatie met de datum die feitelijk de eerste dag na de bezwaartermijn aangaf. Hierdoor was niet ondubbelzinnig vast te stellen wanneer de termijn eindigde.
Gezien het feit dat appellant geen professionele rechtsbijstand had en de onduidelijkheid in de mededeling, achtte de Raad de termijnoverschrijding verschoonbaar. De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door het UWV was daarom onterecht. De Raad droeg het UWV op het besluit te heroverwegen en een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Uitkomst: De termijnoverschrijding van het bezwaar tegen het UWV-besluit is verschoonbaar verklaard en het UWV moet het bezwaar opnieuw behandelen.