ECLI:NL:CRVB:2011:BU7219

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3193 WW-T
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 21 lid 6 BeroepswetWerkloosheidswet
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Termijnoverschrijding bezwaar UWV verschoonbaar door onduidelijke rechtsmiddelverwijzing

Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin een terugvordering van een WW-uitkering werd vastgesteld. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees een verzoek tot verschoonbaarheid af.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtsmiddelverwijzing in het besluit onduidelijk was door het gebruik van de woorden “tot” en “uiterlijk” in combinatie met de datum die feitelijk de eerste dag na de bezwaartermijn aangaf. Hierdoor was niet ondubbelzinnig vast te stellen wanneer de termijn eindigde.

Gezien het feit dat appellant geen professionele rechtsbijstand had en de onduidelijkheid in de mededeling, achtte de Raad de termijnoverschrijding verschoonbaar. De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door het UWV was daarom onterecht. De Raad droeg het UWV op het besluit te heroverwegen en een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Uitkomst: De termijnoverschrijding van het bezwaar tegen het UWV-besluit is verschoonbaar verklaard en het UWV moet het bezwaar opnieuw behandelen.

Uitspraak

11/3193 WW-T
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
T U S S E N U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 15 april 2011, 10-6845 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 7 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2011. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Koning.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 15 juli 2010 heeft het Uwv de aan appellant toegekende uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) met ingang van 29 maart 2010 herzien en een bedrag van € 1.369,70 als onverschuldigd betaalde WW-uitkering van hem teruggevorderd. Onder dat besluit is vermeld:
“Als u het niet eens bent met onze beslissing kunt u tot uiterlijk 27 augustus 2010 een bezwaarschrift indienen. Dit kan ook digitaal. Ga daarvoor naar www.uwv.nl/bezwaarmaken. (...)”.
1.2. Appellant heeft op 27 augustus 2010 met een digitaal verzonden formulier bezwaar gemaakt tegen het besluit van 15 juli 2010. Bij besluit van 12 november 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is het bezwaar niet tijdig ingediend en is er geen aanleiding om de te late indiening van het bezwaar verschoonbaar te achten in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Appellant heeft zich tegen deze uitspraak gekeerd. Volgens hem kon hij volgens het besluit van 15 juli 2010 op 27 augustus 2010 nog bezwaar maken. Zijn bezwaarschrift is dus wel op tijd ingediend.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De rechtbank heeft op goede gronden geoordeeld dat de termijn voor het maken van bezwaar tegen het besluit van 15 juli 2010 eindigde op 26 augustus 2010 en dat het op vrijdag 27 augustus 2010 digitaal door appellant gemaakte bezwaar niet tijdig is ingediend.
4.2. De rechtsmiddelverwijzing bij het besluit van 15 juli 2010 (“tot uiterlijk 27 augustus 2010”) geeft door de combinatie van de woorden “tot” en “uiterlijk” met daarachter de datum van de eerste dag na de bezwaartermijn niet ondubbelzinnig aan wat het einde van de bezwaartermijn is. “Tot” geeft immers aan dat de dag voor de genoemde datum de laatste dag is en “uiterlijk” dat de genoemde datum de laatste dag is. Ter zitting heeft het Uwv erkend dat de rechtsmiddelverwijzing op dit punt niet helder is. Nu de rechtsmiddelverwijzing van het Uwv op dit punt voor tweeërlei uitleg vatbaar is en appellant voor afloop van de termijn niet werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener, kan hem niet worden tegengeworpen dat hij pas op 27 augustus 2010 bezwaar heeft gemaakt. De Raad acht de termijnoverschrijding dan ook verschoonbaar.
4.3. Uit 4.2 volgt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen aanleiding is voor toepassing van artikel 6:11 van Pro de Awb. Nu redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest had de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens de termijnoverschrijding hier achterwege moeten blijven.
4.4. De Raad ziet daarom aanleiding om met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet het Uwv op te dragen het besluit van 15 juli 2010 te heroverwegen en een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Draagt het Uwv op binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van wat de Raad heeft overwogen.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2011.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) Z. Karekezi.
KR