ECLI:NL:CRVB:2011:BU7222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het vervallen recht op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor alternatieve functies
Appellant heeft zich meerdere malen ziek gemeld vanuit een situatie waarin hij een WW-uitkering ontving, wegens lichamelijke klachten zoals jicht. Het UWV heeft bij drie besluiten vastgesteld dat appellant vanaf bepaalde data niet meer in aanmerking komt voor een Ziektewetuitkering, omdat hij geschikt wordt geacht voor ten minste één van de functies die zijn geselecteerd in het kader van de Wet WIA.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV verklaarde deze bezwaren ongegrond. De rechtbank bevestigde deze besluiten en oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en dat appellant terecht als geschikt werd beschouwd voor de betreffende functies. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij door zijn klachten niet in staat is tot werken, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en concludeert dat appellant niet ongeschikt is voor arbeid in de zin van de Ziektewet, aangezien hij geschikt is voor ten minste één van de functies die bij de Wet WIA zijn geselecteerd. De hoger beroepen worden verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering omdat hij geschikt is voor ten minste één van de geselecteerde functies.