ECLI:NL:CRVB:2013:1457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing arbeidsverplichtingen WWB ondanks medische klachten
Appellant, die een WW-uitkering ontving en zich ziek meldde vanwege lichamelijke en psychische klachten, vroeg bijstand aan en werd geconfronteerd met arbeidsverplichtingen volgens artikel 9, eerste lid, WWB. Hij verzocht ontheffing van deze verplichtingen wegens gezondheidsproblemen, maar het college wees dit af zonder medische keuring door een GGD-arts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat appellant later ontheffing kreeg voor een periode na het bestreden besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant wel procesbelang had, met name vanwege het verzoek om vergoeding van bezwaarkosten, en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad onderzocht inhoudelijk het bestreden besluit en concludeerde dat appellant onvoldoende medische gegevens had aangeleverd die een ontheffing rechtvaardigen. De eerdere medische rapportage van de bezwaarverzekeringsarts en het ontbreken van bewijs dat appellant ten tijde van het besluit arbeidsongeschikt was, maakten dat het college terecht geen ontheffing verleende.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond. Tevens veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Claessens op 20 augustus 2013.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering ontheffing arbeidsverplichtingen wordt ongegrond verklaard.