ECLI:NL:CRVB:2011:BU7319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding wettelijke rente bij vertraagde uitbetaling verlengd wachtgeld
Appellant had een verzoek ingediend voor financiële compensatie wegens het ontbreken van inkomsten tussen het einde van zijn wachtgeld in oktober 2001 en de aanvang van zijn WAO-uitkering in oktober 2002. Dit verzoek werd gehonoreerd met een verlenging van het wachtgeld, uitbetaald in september 2008.
Appellant vroeg vervolgens ook vergoeding van wettelijke rente over de periode van vertraging in de uitbetaling. Dit verzoek werd door de minister afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Raad oordeelt dat de minister niet in verzuim was om het verlengde wachtgeld ambtshalve toe te kennen vanaf oktober 2001, zodat er geen aanspraak op wettelijke rente bestaat over die periode. Wel is de minister tekortgeschoten door bijna 14 maanden te doen over de beslissing, terwijl de Awb een termijn van 8 weken voorschrijft. Hierdoor is het toekenningsbesluit onrechtmatig voor dat deel en heeft appellant recht op vergoeding van wettelijke rente over die vertraging.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover deze de vergoeding van wettelijke rente betreft, kent de wettelijke rente toe over de bruto-nabetaling van €27.980,89 vanaf 1 november 2007 tot aan de dag van volledige voldoening, en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Vergoeding van wettelijke rente wordt toegekend over de overschrijding van de beslistermijn, overige aanspraken worden afgewezen.