ECLI:NL:CRVB:2011:BU7942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht werknemers ingevolge Ziekenfondswet ondanks betwiste loonafspraken
Appellanten, handelend onder de naam van een maatschap, maakten bezwaar tegen correctienota’s van het Uwv over de premiejaren 2004 en 2005, waarin werd geconcludeerd dat bepaalde werknemers onterecht niet als verplicht verzekerd onder de Ziekenfondswet (Zfw) waren aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat de loongrens was overschreden.
In hoger beroep herhaalden appellanten hun standpunten en voerden zij aan dat het Uwv het rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel had geschonden. De Raad overwoog dat het geschil zich toespitst op de vraag of er objectief verifieerbare loonafspraken waren die het garantieloon boven de loongrens brachten. Appellanten konden dit niet aantonen met voldoende bewijs, en mondelinge wijzigingen in 2003 werden niet onderbouwd.
De Raad oordeelde dat het vaste loonbegrip in de Zfw vereist dat het loon een vast karakter heeft en onderdeel is van de arbeidsovereenkomst. Voorschotten op basis van omzetprognoses en terugbetalingsverplichtingen zijn niet verenigbaar met vast loon. De aangevoerde schendingen van rechtszekerheid, vertrouwen en gelijkheid werden verworpen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de werknemers verplicht verzekerd waren volgens de Zfw.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de correctienota’s terecht zijn opgelegd en de werknemers verplicht verzekerd zijn ingevolge de Zfw.