ECLI:NL:CRVB:2011:BU8221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Intrekking toeslag één-oudergezin wegens niet-duurzaam gescheiden leven na huwelijk
Appellante ontving vanaf september 2006 een studiefinanciering inclusief toeslag voor een één-oudergezin. Na controle werd deze toeslag over de periode 2006-2009 herzien en vanaf december 2009 geweigerd omdat zij sinds november 2005 gehuwd was en niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat geen sprake was van duurzaam gescheiden leven. Appellante stelde in hoger beroep dat zij feitelijk al lange tijd niet samenwoonde met haar echtgenoot, mede door diens ongewenstverklaring in 2008, en dat zij niet wist of redelijkerwijs kon weten dat zij geen recht had op de toeslag.
De Raad oordeelde dat niet ondubbelzinnig vaststaat dat appellante vanaf het huwelijk duurzaam gescheiden leefde. De sporadische samenwoning in 2008 en verklaringen van appellante wezen op het ontbreken van een bestendige verbreking van de echtelijke samenleving. Wel mocht appellante vertrouwen op de aanvankelijke toekenning over 2006-2007 vanwege een onjuiste, persoonlijke brief van de Minister. Daarom werd het besluit tot herziening voor die jaren vernietigd. Voor 2008 en 2009 was herziening terecht.
De Raad veroordeelde de Minister tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van griffierechten.
Uitkomst: De herziening van de toeslag één-oudergezin over 2006-2007 wordt vernietigd, maar over 2008-2009 bevestigd.