ECLI:NL:CRVB:2011:BU8637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking Ziektewetuitkering wegens WAO-uitkering
Appellant ontving vanaf 17 december 2007 een Ziektewetuitkering. Op 11 augustus 2009 heeft het UWV hem met ingang van 17 augustus 2009 weer geschikt verklaard voor werk, waarbij enkele geschikte functies werden genoemd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd bij besluit van 22 september 2009 ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat appellant sinds 25 juni 2009 een WAO-uitkering ontving met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%, en de Ziektewetuitkering per 17 december 2009 was beëindigd. Hierdoor had appellant geen belang meer bij een beoordeling van zijn beroep.
In hoger beroep stelde appellant dat de WAO-besluitvorming impliceert dat hij niet geschikt was voor de functies die in het kader van de Ziektewet aan hem waren voorgehouden en vorderde hij een proceskostenvergoeding. De Raad oordeelde dat de geschiktheid voor functies in het kader van de Ziektewet geen rol speelt bij de beoordeling in het kader van de WAO en dat er geen zelfstandig belang is bij een proceskostenveroordeling. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd.
De Raad wees tevens het verzoek om schadevergoeding en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd; verzoeken om schadevergoeding en proceskostenvergoeding worden afgewezen.