ECLI:NL:CRVB:2011:BU8825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en recht op ziekengeld volgens WAO en ZW
Appellant, werkzaam als schilder/timmerman, werd arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 25 tot 35% op grond van de WAO, gebaseerd op medische onderzoeken en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Het UWV handhaafde dit percentage na bezwaar en de rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met beperkingen door medicijngebruik en CTS, maar de Raad vond de medische onderbouwing en arbeidskundige toelichting voldoende en bevestigde het besluit.
Ten aanzien van het recht op ziekengeld oordeelde de Raad dat appellant na de maximale uitkeringsduur van 104 weken geen aanspraak meer had op ZW-uitkering. Hierdoor werd een eerdere uitspraak vernietigd en het beroep alsnog gegrond verklaard. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Bevestiging van de vaststelling van 25-35% arbeidsongeschiktheid en vernietiging van het besluit over het recht op ziekengeld wegens maximale uitkeringsduur.