ECLI:NL:CRVB:2011:BU8830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks chronische klachten
Appellante heeft meerdere keren een aanvraag gedaan voor ziekengeld en een WIA-uitkering, waarbij het UWV telkens oordeelde dat zij geschikt was voor haar eigen werk en geen recht had op uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De medische onderzoeken door verzekeringsartsen concludeerden dat er geen objectieve nieuwe medische feiten waren die een toename van beperkingen rechtvaardigden.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij lijdt aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom, fibromyalgie, chronische buikpijn en PTSS, en dat haar beperkingen groter zijn dan door het UWV aangenomen. Zij overhandigde aanvullende rapportages van een internist en psycholoog ter onderbouwing.
De Raad stelde vast dat de medische onderzoeken zorgvuldig en uitgebreid waren uitgevoerd en dat de aanvullende rapportages vooral betrekking hadden op een latere periode dan de beoordeling voor de WIA. De Raad oordeelde dat de beperkingen zoals door de internist aangegeven niet konden worden afgeleid uit de beschikbare objectieve medische gegevens.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 21 december 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van ziekengeld bevestigd.