ECLI:NL:CRVB:2011:BU8963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde Ziektewet-uitkering na herstelverklaring
Appellant ontving een Ziektewet-uitkering die na een herstelverklaring van een verzekeringsarts onterecht werd doorbetaald. Het UWV stopte de uitkering en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. De rechtbank oordeelde dat het stopzetten van de betaling geen besluit is in de zin van de Awb en verklaarde het bezwaar van appellant niet ontvankelijk. Tevens werd geoordeeld dat het UWV verplicht is onverschuldigde betalingen terug te vorderen, omdat appellant na herstel geen recht meer had op de uitkering en geen nieuwe ziekmelding was gedaan.
In hoger beroep stelde appellant dat hij zich na hervatting van werk opnieuw ziek had gemeld en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan. Ook betoogde hij dat een intrekking van de toekenning nodig is voor terugvordering. De Raad verwierp deze standpunten, bevestigde dat het stopzetten van de uitkering geen besluit is en dat de doorlopende betaling onverschuldigd was. Er was geen nieuwe ziekmelding of toekenning na de herstelverklaring.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en dat het terugvorderen van de onverschuldigde uitkering terecht was. Er waren geen omstandigheden die terugvordering in de weg stonden. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV onverschuldigd betaalde Ziektewet-uitkeringen mag terugvorderen en dat het stopzetten van de betaling geen besluit is.