ECLI:NL:CRVB:2011:BU8976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing beëindiging ziekengeld na zorgvuldig arbeidskundig onderzoek
Appellante was van december 2004 tot december 2006 werkzaam als administratief medewerkster en verrichtte na herstel van een ongeval vanaf oktober 2006 licht inpakwerk op de linnenkamer. Na ziekmelding in november 2006 kreeg zij vanaf december 2006 een Ziektewetuitkering toegekend. Het UWV beëindigde het ziekengeld per augustus 2007 omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar arbeid. Dit besluit werd in bezwaar en beroep aangevochten.
De rechtbank vernietigde eerdere besluiten van het UWV wegens onvoldoende motivering en onderzoek naar de juiste maatstaf voor de arbeid. Na aanvullend arbeidskundig en verzekeringsgeneeskundig onderzoek stelde het UWV opnieuw het besluit tot beëindiging van het ziekengeld vast. De rechtbank verklaarde het beroep daarop ongegrond, waarbij werd overwogen dat het lichte inpakwerk de maatstaf vormt en appellante geschikt is voor deze arbeid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat het inpakwerk als maatstaf geldt en dat het onderzoek zorgvuldig was. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar werk zwaarder was dan vastgesteld. De beperkingen aan haar rechterhand en linkerarm waren niet van dien aard dat zij het lichte inpakwerk niet kon verrichten. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van het ziekengeld omdat appellante geschikt is voor licht inpakwerk.