ECLI:NL:CRVB:2011:BU9136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing overnemingsregeling WW wegens onvoldoende bewijs betaling loon
Appellant was algemeen directeur van een vennootschap die failliet werd verklaard. Hij verzocht het Uwv om overneming van de loonbetalingsverplichting wegens betalingsonmacht van zijn werkgever, maar dit werd afgewezen omdat hij niet als werknemer in de zin van de WW werd beschouwd. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat appellant ten onrechte niet verzekerd werd geacht, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij alles had gedaan om zijn loon te innen.
In hoger beroep stelde appellant dat hij als algemeen directeur herhaaldelijk de achterstallige loonbetaling had aangekaart en op betaling had aangedrongen, maar kon dit niet met bewijsstukken onderbouwen. De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij al het mogelijke had gedaan om het niet betaalde loon betaald te krijgen.
Daarmee komt appellant geen aanspraak toe op de overnemingsregeling van artikel 61 en Pro volgende van de WW. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de overnemingsregeling omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij alles heeft gedaan om zijn achterstallig loon betaald te krijgen.