ECLI:NL:CRVB:2011:BU9192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum inkomensvoorziening en intrekking toeslag Wet investeren in jongeren
Appellant vroeg een werkleeraanbod en inkomensvoorziening aan op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het College verleende een toeslag die later werd ingetrokken wegens onjuistheid. Appellant stelde dat de inkomensvoorziening met terugwerkende kracht moest ingaan en dat het vertrouwensbeginsel hem recht gaf op voortzetting van de toeslag.
De Raad overwoog dat de inkomensvoorziening in beginsel niet kan worden toegekend vóór de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellant kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die een eerdere ingangsdatum dan de meldingsdatum rechtvaardigen, mede omdat hij afspraken niet nakwam en geen medische belemmeringen aannemelijk maakte.
Ten aanzien van de intrekking van de toeslag stelde de Raad vast dat het College bevoegd is om onjuiste besluiten te herzien. De intrekking met terugwerkende kracht was ongedaan gemaakt, zodat de intrekking alleen toekomstige betalingen betrof. Appellant kon niet aantonen dat hij op basis van de toeslag afbetalingsverplichtingen was aangegaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde daarom. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.