ECLI:NL:CRVB:2011:BU9524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage voor uitwonend kind
Appellante maakte aanspraak op kinderbijslag voor haar zoon die in een instelling verbleef en daarmee niet tot haar huishouden behoorde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal 2009 omdat appellante minder dan €408,- per kwartaal had besteed aan het onderhoud van haar zoon.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de door appellante te betalen onderhoudsbijdragen feitelijk voldaan moesten zijn door daadwerkelijke betalingen. Omdat Pluryn de kosten had voorgeschoten en appellante onvoldoende had aangetoond dat zij deze kosten had terugbetaald, werd het beroep afgewezen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde nadere bewijsstukken. De Raad stelde vast dat de stukken geen bewijs bevatten van feitelijke betalingen en dat Pluryn niet had bevestigd dat zij de terugbetalingen had ontvangen. De Raad onderschreef de eerdere overwegingen van de rechtbank, waaronder het onderscheid met situaties waarin geld wordt geleend bij een bank of kinderen intern op een internaat verblijven.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat zij aan de onderhoudsverplichting had voldaan en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag wordt bevestigd.