ECLI:NL:CRVB:2011:BU9527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling 20 uur zelfstandige arbeid bij toekenning WW-uitkering
Appellant vordert in hoger beroep een herziening van het aantal uren dat hij als zelfstandige werkzaam was, gesteld op 30 uur per week, in plaats van de door het UWV vastgestelde 20 uur. Het geschil betreft de omvang van de zelfstandige werkzaamheden die in mindering komen op de WW-uitkering.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard omdat de door appellant overgelegde stukken onvoldoende inzicht en verifieerbaarheid boden over de omvang van zijn werkzaamheden als zelfstandige. De claim van zelfstandigenaftrek bij de Belastingdienst werd niet als doorslaggevend bewijs gezien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling. Het UWV mocht uitgaan van de verklaring van appellant op het aanvraagformulier, waarin 20 uur werd opgegeven. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze verklaring onjuist was en heeft onvoldoende onderbouwing geleverd voor de hogere urenclaim. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het aantal zelfstandige uren blijft vastgesteld op 20 uur per week.