ECLI:NL:CRVB:2011:BU9930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- C.W.J. Schoor
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging nabestaandenuitkering met ingang van 1 maart 2008 na herziening arbeidskundig onderzoek
De Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (appellant) had bij besluit van 10 april 2007 de nabestaandenuitkering van betrokkene per 1 november 2006 beëindigd. De rechtbank Leeuwarden verklaarde dit besluit in 2009 ongegrond en beval een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak, omdat appellant een onjuist arbeidsongeschiktheidscriterium had gehanteerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde in een tussenuitspraak dat het bezwaar van appellant tegen het oordeel over het arbeidsongeschiktheidscriterium slaagde, maar dat het besluit alsnog op een ontoereikende arbeidskundige grondslag berustte. Appellant voerde daarop aan dat na arbeidskundig onderzoek de beëindiging van de uitkering pas per 1 maart 2008 gerechtvaardigd was.
Betrokkene heeft geen bezwaren ingebracht tegen de wijze waarop appellant uitvoering gaf aan de tussenuitspraak. De Raad heeft vastgesteld dat het onderzoek zorgvuldig was en de conclusie juist. De Raad vernietigt het besluit van 10 april 2007 en bepaalt dat de nabestaandenuitkering met ingang van 1 maart 2008 wordt beëindigd. Tevens veroordeelt de Raad appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De nabestaandenuitkering wordt beëindigd met ingang van 1 maart 2008 en het eerdere besluit wordt vernietigd.