ECLI:NL:CRVB:2011:BU9952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing werkleeraanbod en inkomensvoorziening wegens onredelijke huisbezoekpraktijk
Appellant diende op 20 november 2009 een aanvraag in voor een werkleeraanbod en inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ). Het College van burgemeester en wethouders van Zwolle wees deze aanvraag af en vorderde een voorschot terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het College stelde dat appellant geen medewerking had verleend aan een huisbezoek dat noodzakelijk was voor het vaststellen van het recht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek op 27 januari 2010. De Raad vond dat de tegenstrijdige verklaringen van appellant en het gebruik van zijn pinpas in een andere gemeente onvoldoende aanleiding waren voor een huisbezoek, zeker gezien het tijdsverloop en het ontbreken van minder belastende verificatiemethoden.
Omdat appellant niet kon worden verweten dat hij niet meewerkte aan het huisbezoek, vernietigde de Raad het besluit van het College en het vonnis van de rechtbank. De Raad gaf het College de opdracht binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het College ook moet beoordelen of appellant recht heeft op een inkomensvoorziening, mede gelet op zijn toenmalige inkomens- en vermogenspositie.
Het doen van een nieuw werkleeraanbod achtte de Raad niet passend, omdat appellant inmiddels weer voltijds onderwijs volgt. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 december 2011.
Uitkomst: Het besluit van het College tot afwijzing van het werkleeraanbod en inkomensvoorziening wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.