ECLI:NL:CRVB:2011:BU9955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en verblijf elders
Appellante ontving bijstand tot 1 september 2006. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente Almere een onderzoek naar haar woonadres, waarbij onder meer een huisbezoek, dossieronderzoek en analyse van waterverbruik en pinbetalingen plaatsvonden.
Op basis van deze bevindingen besloot het College de bijstand met ingang van 25 november 2005 in te trekken omdat appellante niet meer op het opgegeven adres woonde en dit niet had gemeld. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege een burenruzie tijdelijk elders verbleef en dat het lage waterverbruik daardoor verklaard kon worden. Ook stelde zij dat het buurtonderzoek onbetrouwbaar was. De Raad oordeelde echter dat het waterverbruik en het pingedrag niet overeenkwamen met haar verklaringen en dat het buurtonderzoek niet aan de besluitvorming ten grondslag lag.
De Raad concludeerde dat appellante haar feitelijke woonadres niet op het opgegeven adres had en dat zij de inlichtingenverplichting had geschonden. Hierdoor was het recht op bijstand niet vast te stellen en was de intrekking terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.