ECLI:NL:CRVB:2011:BV0007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging Bbz-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing tijdelijke externe omstandigheden
Appellant, een zelfstandige ondernemer, ontving een Bbz-uitkering vanwege beëindiging en herstart van zijn bedrijf. Het College verlengde de uitkering tot 30 april 2008, waarna het besluit werd genomen deze niet verder te verlengen. Appellant voerde aan dat externe omstandigheden zoals problemen met bedrijfsruimte, stroomvoorziening, brand, afpersing en tijdelijke arbeidsongeschiktheid hem belemmerden in zijn werkzaamheden en een verdere verlenging noodzakelijk maakten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant langer bijstand ontving dan wettelijk toegestaan. In hoger beroep vernietigde de Raad deze uitspraak omdat de rechtbank haar oordeel niet baseerde op de juiste grondslag van het Collegebesluit. De Raad oordeelde dat appellant de door hem aangevoerde omstandigheden niet met objectiveerbare en verifieerbare gegevens had onderbouwd.
Verder benadrukte de Raad dat tijdelijke arbeidsongeschiktheid tot het normale bedrijfsrisico van een zelfstandige behoort, waarvoor voorzieningen getroffen kunnen worden. Gezien deze overwegingen was de verlenging tot 30 april 2008 redelijk en rechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard, het College in de proceskosten veroordeeld en het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het College om de Bbz-uitkering niet verder te verlengen na 30 april 2008 blijft in stand.