ECLI:NL:CRVB:2010:BL9030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging aanvullende bijstandsuitkering zelfstandige wegens normale bedrijfsrisico's
Appellante, een zelfstandig fotografe en beeldend kunstenares, ontving een aanvullende bijstandsuitkering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Na de maximale periode van 12 maanden werd haar verzoek om verlenging afgewezen door het Dagelijks Bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân, omdat de oorzaak van haar bijstandsbehoefte niet lag in externe omstandigheden van tijdelijke aard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat haar ziekte en persoonlijke omstandigheden een externe, tijdelijke omstandigheid vormden die verlenging rechtvaardigde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze omstandigheden behoren tot het normale bedrijfsrisico van een zelfstandige, waarvoor zij voorzieningen had kunnen treffen.
De Raad benadrukte dat een langere uitkeringsperiode dan 12 maanden neigt naar een inkomensgarantie, wat in strijd is met het uitgangspunt van het Bbz dat bijstand alleen bij tijdelijke inkomensproblemen wordt verleend. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de verlenging van de aanvullende bijstandsuitkering wordt bevestigd.