ECLI:NL:CRVB:2011:BV0065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over medische beperkingen en arbeidsongeschiktheidscriterium
Appellante is in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het besluit tot herziening van haar WAO-uitkering per 5 maart 2008 gedeeltelijk werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand bleven. Zij stelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende medische beperkingen bevatte en dat de voor haar geschikte functies niet passend waren. Tevens voerde zij aan dat het oude Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidwetten op haar van toepassing was in plaats van het aangepaste besluit van 1 oktober 2004.
De Raad stelt vast dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige, revalidatiearts W. Hokken, die de diagnose arthrose bevestigde en geen indicatie voor urenbeperking zag, gevolgd moet worden. De deskundige ging ervan uit dat de werkzaamheden aangepast waren aan haar mogelijkheden. De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit een deugdelijke medische grondslag heeft en dat de geselecteerde functies geschikt zijn.
De door appellante overgelegde medische stukken zien niet op de relevante datum en haar beroepsgrond over het toepasselijke Schattingsbesluit faalt omdat zij na de overgangsdatum van 1 juli 1959 is geboren. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de herziening van haar WAO-uitkering wordt bevestigd.