ECLI:NL:CRVB:2011:BV0068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die het beroep tegen het besluit van het UWV van 29 oktober 2009 ongegrond verklaarde. Het UWV had vastgesteld dat appellant sinds 22 december 2008 geen recht heeft op een WIA-uitkering.
De Raad volgt de rechtbank in de beoordeling dat het medisch onderzoek zorgvuldig en juist is verricht en dat de arbeidskundige grondslag voldoende is. De door appellant aangevoerde visusklachten zijn niet bevestigd door een oogarts en leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad oordeelt dat appellant geschikt is voor functies als productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie, inpakker en wikkelaar, wat resulteert in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 30 december 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.