ECLI:NL:CRVB:2011:BV0120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting woonadres
Betrokkene ontving bijstand en was ingeschreven op een adres in gemeente 1. Het College trok de bijstand in en vorderde terug wegens vermoedens dat betrokkene niet op het opgegeven adres woonde. De rechtbank vernietigde deels het besluit vanwege onvoldoende bewijs over de periode 15 januari 2004 tot 1 augustus 2005, maar bevestigde het besluit voor de periode 1 augustus 2005 tot 11 april 2006 vanwege extreem laag waterverbruik.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het bewijs van het lage waterverbruik en het ontbreken van aannemelijke verklaring door betrokkene leiden tot de conclusie dat hij niet op het opgegeven adres woonde in de genoemde periode. De Raad oordeelt dat betrokkene de inlichtingenverplichting heeft geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Het hoger beroep van het College over de periode 15 januari 2004 tot 1 augustus 2005 wordt verworpen vanwege onvoldoende bewijs. Het hoger beroep van betrokkene wordt eveneens verworpen. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd voor de periode 1 augustus 2005 tot 11 april 2006.