ECLI:NL:CRVB:2011:BV0124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Bbz-uitkering wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellanten vroegen een Bbz-uitkering aan voor hun islamitische slagerij, maar het dagelijks bestuur wees deze af op grond van een advies van FBA Adviesgroep dat het bedrijf niet levensvatbaar was. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat het advies onzorgvuldig was en onjuiste gegevens bevatte. Het dagelijks bestuur liet FBA reageren op deze kritiek, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat alleen de situatie ten tijde van het primaire besluit relevant is en dat het dagelijks bestuur terecht kon vertrouwen op het deskundige advies van FBA, ondanks het ontbreken van specifieke branchekennis. Het advies was zorgvuldig tot stand gekomen en de kritiek van appellanten raakte niet de kern van de exploitatieprognoses.
Appellanten konden geen objectieve tegenadviezen overleggen en hun eigen verwachtingen waren onvoldoende om de levensvatbaarheid aan te tonen. De Raad bevestigde daarom het oordeel dat het bedrijf niet levensvatbaar was en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Bbz-uitkering bevestigd.