ECLI:NL:CRVB:2011:BV0127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid en verstoorde arbeidsrelatie zonder voldoende verbeterkans
Appellant werd ontslagen op grond van ongeschiktheid voor zijn functie, anders dan op grond van ziekte of gebreken, en subsidiariteit wegens een verstoorde arbeidsrelatie. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de negatieve beoordelingen die tot het ontslag leidden voldoende waren onderbouwd met concrete feiten en omstandigheden.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur geen voldoende verbeterkans aan appellant had geboden, waardoor het ontslag wegens ongeschiktheid niet rechtsgeldig was. Echter, omdat appellant het bestaan van een verstoorde arbeidsrelatie niet betwistte, was het dagelijks bestuur bevoegd het ontslag op die grond te handhaven.
Verder overwoog de Raad dat de financiële uitkeringsregeling die aan appellant was toegekend redelijk was, aangezien het dagelijks bestuur niet in overwegende mate verantwoordelijk was voor de verstoring van de arbeidsrelatie. De Raad wees ook op het gebrek aan loyaliteit van appellant en diens halsstarrige houding als oorzaak van de verstoorde arbeidsrelatie.
Ten slotte bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 december 2011.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt bevestigd wegens verstoorde arbeidsrelatie, ondanks het ontbreken van een voldoende verbeterkans.