ECLI:NL:CRVB:2012:455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning bijzondere bijstand als geldlening voor duurzame gebruiksgoederen
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om bijzondere bijstand toe te kennen voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen in de vorm van een geldlening. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en het college in het gelijk gesteld.
In hoger beroep heeft appellant zich tegen deze uitspraak gekeerd. De Centrale Raad van Beroep heeft het beleid van het college beoordeeld, dat bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening verleent wanneer de noodzaak voortkomt uit een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, waarbij een reserveringscapaciteit van 5% wordt gehanteerd.
De Raad oordeelde dat appellant, gezien zijn bijstandsontvangst, geacht moet worden te reserveren voor vervanging van duurzame gebruiksgoederen en dat het college terecht geen rekening hield met schulden die niet relevant waren voor de reserveringsperiode. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van bijzondere bijstand als geldlening wordt bevestigd.