ECLI:NL:CRVB:2012:BV0206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante was sinds 1997 in het bezit van een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na medisch en arbeidskundig onderzoek herzag het UWV deze mate naar 25-35%, waarbij drie passende functies werden vastgesteld. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en bracht een psychiatrisch rapport in, waarin uitgebreidere beperkingen werden gesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, mede omdat de door de deskundige geconstateerde beperkingen niet waren waargenomen door de bezwaarverzekeringsarts en het verband met ziekte niet was aangetoond. In hoger beroep stelde appellante dat de motivering van de rechtbank onvoldoende was en dat een urenbeperking noodzakelijk was, onder meer om spitsuren te vermijden.
De Raad oordeelde dat de door appellante geraadpleegde psychiater geen steun vond in andere medische rapporten en dat de voorgestelde urenbeperking niet als absolute voorwaarde moest worden gezien. Het UWV had voldoende onderbouwd dat de functie van boekhouder/loonadministrateur geschikt was en appellante voerde geen arbeidskundige bezwaren aan tegen de andere functies. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.