ECLI:NL:CRVB:2012:BV0247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenplicht bij WAO-uitkering
Appellant had een WAO-uitkering die met ingang van 1 januari 2004 werd ingetrokken door het UWV vanwege het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de intrekking en de boete van €2.269,- bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij te goeder trouw was en dat het UWV geen onderzoek had gedaan, waardoor de boete niet evenredig zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep stelt zich achter het oordeel van de rechtbank dat appellant de inlichtingenplicht niet is nagekomen. Gedurende de periode van 1 januari 2004 tot medio 2008 heeft appellant geen gegevens verstrekt over wijzigingen in zijn loon, terwijl hij wist dat dit van invloed kon zijn op zijn uitkering. De boete is volgens de Raad evenredig gezien de ernst van de gedraging en de verwijtbaarheid.
Er zijn geen dringende redenen om van de boete af te zien en ook geen grond om de boete te matigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad wijst ook een verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De boete van €2.269,- wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.