ECLI:NL:CRVB:2012:BV0409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over buitenlandse bankrekening
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en had een Marokkaanse bankrekening waarop tussen augustus 2003 en juni 2007 aanzienlijke bedragen werden gestort, zonder dit aan het College van burgemeester en wethouders te melden. Het College trok de bijstand over die periode in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante stelde dat de gelden bestemd waren voor medische kosten van haar vader in Marokko en dat zij als doorgeefluik fungeerde. Zij overhandigde facturen en betalingsbewijzen, maar kon niet aantonen dat deze met de gestorte gelden waren betaald. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat appellante de bankrekening en stortingen had moeten melden omdat deze van belang waren voor de rechtmatigheid van de bijstand. De gestorte bedragen werden als aan haar toe te rekenen inkomsten beschouwd. Het argument dat zij niet over de gelden kon beschikken werd verworpen vanwege het ontbreken van objectieve en verifieerbare gegevens. De Raad vond ook geen onzorgvuldigheid in de besluitvorming en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens schending van de inlichtingenverplichting over de Marokkaanse bankrekening.