ECLI:NL:CRVB:2012:BV0617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- T.L. de Vries
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Toekenning kinderbijslag met volledige terugwerkende kracht bij fout van de Sociale Verzekeringsbank
Appellant, met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, diende op 12 april 2006 een aanvraag in voor kinderbijslag voor zijn in Marokko wonende kinderen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende kinderbijslag toe met ingang van het tweede kwartaal van 2005, met een maximale terugwerkende kracht van één jaar, en weigerde de periode vanaf het tweede kwartaal van 2003 toe te kennen.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat er sprake was van een bijzonder geval waardoor volledige terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar zou moeten gelden. De Svb wijzigde haar standpunt deels en kende kinderbijslag toe vanaf het derde kwartaal van 2003, maar bleef het recht over het tweede kwartaal van 2003 weigeren.
De Raad stelt vast dat de Svb haar beleid ten tijde van de aanvraag hanteerde waarbij bij fouten van de Svb volledige terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar wordt toegekend. De Svb heeft echter zonder bijzondere omstandigheden aan te tonen, afgeweken van dit beleid en de terugwerkende kracht beperkt tot het moment van veiligstellen, namelijk september 2003.
De Raad oordeelt dat de Svb ten onrechte het recht op kinderbijslag over het tweede kwartaal van 2003 heeft geweigerd en vernietigt de besluiten voor zover dit betreft. De Raad wijst het recht op kinderbijslag toe vanaf het tweede kwartaal van 2003, voor zover aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Tevens veroordeelt de Raad de Svb in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep kent het recht op kinderbijslag toe vanaf het tweede kwartaal van 2003 en vernietigt de besluiten van de Sociale Verzekeringsbank voor zover het recht is geweigerd.