ECLI:NL:CRVB:2012:BV0804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onjuiste toeslagberekening
Appellante ontving ten onrechte een te hoge toeslag op haar bijstandsuitkering over de periode van 5 tot en met 31 oktober 2007. Het College had de toeslag vastgesteld op 20% van het netto minimumloon, terwijl appellante recht had op 10%. Hierdoor werd een te hoog bedrag van €360,62 bruto teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en het besluit van het College. De Raad oordeelde dat het College het terugvorderingsbedrag niet correct had vastgesteld en dat het bedrag moest worden aangepast aan de juiste toeslag van 10%.
De Raad stelde zelf het terugvorderingsbedrag vast op €169,16 bruto, rekening houdend met het juiste nettobedrag en het bruteringspercentage van 55,85%. Tevens veroordeelde de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een correcte berekening van bijstandstoeslagen en de zorgvuldigheid die het College in dergelijke besluiten moet betrachten. Het besluit van 9 augustus 2011 werd vernietigd voor zover het terugvorderingsbedrag onjuist was vastgesteld.
Uitkomst: Het terugvorderingsbedrag wordt vastgesteld op €169,16 bruto en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.