ECLI:NL:CRVB:2012:BV0811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar na een melding dat hij samenwoonde met mevrouw [C.D.] heeft de sociale recherche een onderzoek ingesteld. Dit leidde tot een besluit van het College om de bijstand met ingang van 1 december 2009 in te trekken wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder dit te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat er geen gezamenlijke huishouding was, maar slechts tijdelijk verblijf vanwege zorg en het kind dat zij samen hebben. Tevens stelde hij dat de verklaring van [C.D.] onder druk was afgelegd.
De Raad oordeelde dat de feitelijke woonsituatie doorslaggevend is voor het hoofdverblijf en dat de onderzoeksbevindingen van de sociale recherche, waaronder verklaringen van appellant, [C.D.] en een neef, een toereikende grondslag vormen voor het standpunt van het College. De Raad verwierp het verweer dat de verklaring onder druk was afgelegd en wees het hoger beroep af. De intrekking van de bijstand wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant en [C.D.] hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning.