Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BV0833

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-493 ALGEM
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak over privaatrechtelijke dienstbetrekking gastdames

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 5 juni 2008 waarin werd bevestigd dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen haar en de gastdames die in haar privéhuis werkten. Zij stelde dat het gerechtshof Leeuwarden haar bij arrest van 24 december 2008 vrijsprak en dat er geen loondienstverhouding was.

De Raad overwoog dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening alleen kan worden toegepast indien feiten of omstandigheden die ten grondslag liggen aan het verzoek vóór de oorspronkelijke uitspraak hebben plaatsgevonden en pas daarna bij verzoekster bekend werden. Het arrest van het gerechtshof dateert van na de uitspraak en kan daarom geen grond zijn voor herziening. Ook de door verzoekster overgelegde verklaringen waren al bekend of redelijkerwijs bekend ten tijde van de uitspraak.

Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Tevens oordeelde de Raad dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling en dat een verzoek om schadevergoeding niet binnen het kader van de herzieningsprocedure kan worden behandeld, maar rechtstreeks bij het Uwv kan worden ingediend.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen omdat de aangevoerde feiten na de uitspraak bekend werden en niet voldeden aan de voorwaarden voor herziening.

Uitspraak

10/493 ALGEM
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 juni 2008, 07/6098 en 08/985 in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2011. Verzoekster is verschenen, samen met haar echtgenoot. Het Uwv was niet vertegenwoordigd.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft bij zijn uitspraak van 5 juni 2008 - voor zover hier van belang - de uitspraak van de rechtbank Assen van 14 september 2007 (07/112) bevestigd. Daarbij heeft de Raad overwogen dat tussen verzoekster en de gastdames sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
2.1. Verzoekster heeft herziening als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb van deze uitspraak gevraagd. Zij heeft gesteld dat zij door het gerechtshof Leeuwarden bij arrest van 24 december 2008 is vrijgesproken en dat het gerechtshof daartoe onder meer heeft overwogen dat naar zijn oordeel niet bewezen kan worden dat er gedurende de ten laste gelegde periode sprake is geweest van een loondienstverhouding tussen verzoekster enerzijds en de in haar privéhuis werkzame gastdames anderzijds. Verzoekster heeft het arrest van het gerechtshof alsmede een aantal in de procedure bij het gerechtshof afgelegde verklaringen overgelegd.
2.2. Het Uwv heeft er in zijn verweerschrift op gewezen dat hetgeen door verzoekster is aangevoerd geen feiten of omstandigheden bevat in de zin van artikel 8:88 van Pro de Awb.
3.1. De Raad overweegt het volgende.
3.2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
3.3. Het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening kan alleen worden toegepast indien aangelegenheden van feitelijke aard naar voren zijn gekomen, die al hadden plaatsgevonden toen de uitspraak van 5 juni 2008 werd gedaan, maar die toen bij verzoekster niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Het moet dus gaan om feiten of omstandigheden die hebben plaats gevonden vóór genoemde datum en die pas na die datum bij verzoekster bekend zijn geworden.
3.4. Het arrest van het gerechtshof dateert van 24 december 2008 en voldoet dus niet aan het bepaalde in artikel 8:88, eerste lid, onder a.
3.5. Het door verzoekster overgelegde proces-verbaal van het verhoor van de getuigen [P.] en [S.] is gedateerd 27 december 2007 en de verhoren hebben plaats gevonden op 17 december 2007 in aanwezigheid van de advocaat van verzoekster. De Raad is dan ook van oordeel dat deze verklaringen ten tijde van de uitspraak van de Raad bij verzoekster bekend waren of in elk geval redelijkerwijs bekend konden zijn. Dit
proces-verbaal voldoet dus niet aan het bepaalde in artikel 8:88, eerste lid, onder b. Ditzelfde geldt voor de overige door verzoekster overgelegde stukken.
4. Het vorenstaande betekent dat het verzoek moet worden afgewezen.
5.1. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
5.2. In het kader van een verzoek om toepassing van artikel 8:88 van Pro de Awb bestaat voorts geen ruimte om te beslissen over een verzoek om schadevergoeding. Verzoekster kan zich desgewenst tot het Uwv wenden met een dergelijk verzoek.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2012.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) L. van Eijndthoven.
IvR