ECLI:NL:CRVB:2012:BV0859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenplicht bij WAO-uitkering
Appellant heeft werkzaamheden verricht die onmiskenbaar van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering, zonder dit te melden aan het UWV. Het UWV legde daarom een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht, welke door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep voerde appellant aan dat de werkzaamheden therapeutisch van aard waren vanwege zijn schizofrenie en geen reële loonwaarde hadden.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden en dat deze schending hem zowel objectief als subjectief kan worden verweten. De Raad verwijst naar een eerder vonnis waarin is vastgesteld dat appellant geen psychiatrische ziekte heeft, waardoor het therapeutische karakter van de werkzaamheden niet opgaat.
Gezien deze overwegingen verklaart de Raad het hoger beroep ongegrond en bevestigt de boete. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 januari 2012.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.