ECLI:NL:CRVB:2012:BV0998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB, welke werd ingetrokken nadat onderzoek uitwees dat zij samen met appellant een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden. Diverse onderzoeken, waaronder dossieronderzoek en getuigenverhoren, leidden tot het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat de criteria voor gezamenlijke huishouding waren vervuld. Appellanten stelden zich in hoger beroep op het standpunt dat zij geen gezamenlijke huishouding voerden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en baseerde zich op de verklaringen van appellanten en getuigen die bevestigden dat zij samenwoonden, zorg droegen voor elkaar en gezamenlijke huishoudelijke taken verrichtten. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van bijstand bevestigd wegens gezamenlijke huishouding.