ECLI:NL:CRVB:2012:BV1269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant ontving sinds 1995 een WAO-uitkering en meldde zich in 2008 ziek vanuit een WW-uitkering, waarna hij een ZW-uitkering kreeg toegekend. Het UWV herzag later de WAO-uitkering en beëindigde de ZW-uitkering per 16 oktober 2008. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende rekening hield met zijn medicatie en beperkingen.
De rechtbank vernietigde het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering, maar liet de herziening van de WAO-uitkering in stand. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit dat niet volledig tegemoetkwam aan het bezwaar van appellant. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dit in hoger beroep.
De Raad concludeerde dat het bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek hadden uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met medicatiegebruik en functionele beperkingen. De geselecteerde functies waren passend en het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering werd ongegrond verklaard.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en bevestigde het bestreden besluit voor zover het de WAO-beoordeling betrof. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de voorzitter en leden van de Raad op 18 januari 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit inzake de WAO-uitkering bevestigd.