ECLI:NL:CRVB:2012:BV1356

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/4801 WAO + 10/4802 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake WAO

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een uitspraak van 23 juli 2010 betreffende WAO-zaken. Het verzoek berustte op vermeende evidente onjuistheden, foutieve uitleg van jurisprudentie, nieuwe feiten en omstandigheden, en het niet kunnen uitoefenen van wettelijke bevoegdheden. Ter onderbouwing werd een rapport van het Instituut Psychosofia overgelegd.

De Raad heeft het verzoek en het rapport zorgvuldig bestudeerd en geoordeeld dat daarin geen feiten of omstandigheden aanwezig zijn die voldoen aan de criteria van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel stelt de voorwaarden waaronder een herzieningsverzoek kan worden gehonoreerd.

Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Tevens zijn er geen gronden voor een proceskostenveroordeling aanwezig. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 januari 2012.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/4801 WAO en 10/4802 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juli 2010, 08/5625 WAO en 09/2587 WAO, in het geding tussen:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, heeft namens verzoeker verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 23 juli 2010, 08/5625 WAO en 09/2587 WAO.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 8 december 2011, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 23 juli 2010 op grond van “evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden en vanwege het niet kunnen uitoefenen van bij wet gegeven bevoegdheden”. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 22 oktober 2010. Ter onderbouwing van zijn standpunt is een rapport van Instituut Psychosofia van 23 september 2010 overgelegd.
2. In hetgeen verzoeker in zijn verzoek heeft aangevoerd noch in het rapport Instituut Psychosofia van 23 september 2010, ziet de Raad feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2012.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.R. Baas.
TM