ECLI:NL:CRVB:2012:BV1378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag tijdens arbeidsongeschiktheid
Werknemer was sinds 1 januari 2002 in dienst en werd vanaf november 2006 arbeidsongeschikt door knieoperaties en een auto-ongeval. Ondanks beperkingen nam hij deel aan de Dam tot Damloop in september 2007 zonder dit te melden aan de bedrijfsarts of werkgever, wat in strijd was met het verzuimreglement. Werkgever ontbond de arbeidsovereenkomst wegens dringende reden.
Het Uwv kende aanvankelijk een WW-uitkering toe, maar werkgever maakte bezwaar. De rechtbank oordeelde dat werknemer verwijtbaar werkloos was geworden en dat de WW-uitkering ten onrechte was toegekend. Zowel werknemer als het Uwv gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat werknemer onjuiste informatie had verstrekt en het verzuimreglement had overtreden. De gedragingen vormden een objectieve en subjectieve dringende reden voor ontbinding. Van verminderde verwijtbaarheid was geen sprake, zodat het Uwv de WW-uitkering blijvend geheel had moeten weigeren.
De Raad droeg het Uwv op het besluit van 8 januari 2009 te heroverwegen en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De hoger beroepen van werknemer en het Uwv werden verworpen.
Deze tussenuitspraak leidt niet tot een einduitspraak, omdat het Uwv nog een nieuwe beslissing moet nemen op het bezwaar van werkgever.
Uitkomst: Het Uwv moet de WW-uitkering weigeren wegens verwijtbare werkloosheid veroorzaakt door het gedrag van werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid.