ECLI:NL:CRVB:2012:BV1751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht over woonadres
Appellante ontving bijstand sinds 1998 en werd onderzocht vanwege twijfels over haar feitelijke woonsituatie. De Sociale Recherche stelde vast dat appellante niet daadwerkelijk woonde op het opgegeven adres, mede gebaseerd op extreem laag water- en elektriciteitsverbruik en verklaringen van de huismeester.
Het Dagelijks Bestuur trok de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode 2002 tot 2008. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht een geldige grond is voor intrekking van bijstand, omdat daardoor niet kan worden vastgesteld of appellante in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De lage verbruiksgegevens en verklaringen van derden ondersteunden dit oordeel, terwijl verklaringen van getuigen over bezoek aan het adres onvoldoende waren om het tegendeel te bewijzen.
De Raad concludeerde dat het Dagelijks Bestuur bevoegd was tot intrekking en terugvordering en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht over het woonadres.